donderdag 14 juli 2011

zichtbaar zijn

Woensdagmiddag, we vieren de derde verjaardag van mijn bonuskleinzoon. Uitgelaten, maar ook een beetje schuchter staat hij op een grote kruk als we voor hem willen zingen. Eigenlijk durft hij niet zo goed, zoveel grote mensen, zoveel kinderen en hij daar in het midden. Al die ogen op hem gericht - grote zus schiet te hulp: zal ik bij je komen staan? Nu durft hij wel! Al drie jaar, glimmend staat hij midden in de kring. Zichtbaar voor ons allemaal, zichtbaar voor zichzelf.

Woensdagmorgen, Rita zit bij mij, een sterke vrouw, begin veertig. Zorgverlener, moeder van meerdere kinderen en pleegkinderen.
Oudste in een groot gezin met een boerenbedrijf. Al jong hielp Rita mee met de verzorging en opvoeding van de kleintjes, de klusjes in huis en op de boerderij. Vader en moeder werkten hard en Rita hielp mee waar ze kon.
De oudste broer van vader was dominee geworden en vaders vader, Rita's opa was erg trots op zijn oudste zoon.
Rita's vader had het gevoel niet van betekenis te zijn voor opa. Hij werkte de rest van opa's leven hard om diens goedkeuring te krijgen. Hij leidde zijn bedrijf, zijn leven en zijn gezin zoals opa dat wilde. Wachtend op goedkeuring....
Rita schikte zich in de wensen van haar ouders, ze was ijverig, trouw en nauwgezet. Toen haar ouders in haar puberteit er voor kozen om naar een andere, kleine kerk te gaan, volgde ze zonder tegenspraak. Ze kwam hierdoor in een isolement op school en in de buurt.

In mijn gesprek met Rita praten we over haar jeugd. Ik benoem dat ze hard gewerkt heeft en veel verantwoordelijkheid heeft gedragen en ik vraag haar wie dat gezien heeft, wie er oog voor had. Niemand, zegt ze. Ik vraag me hardop af of dat niet eenzaam is geweest en Rita gaat hier direct op in: die eenzaamheid vond ze vreselijk. Maar ja, daar heb ik nooit bij stilgestaan, zo was het nou eenmaal voegt ze er aan toe.

Even later vertelt ze over haar kinderen en de botsingen die af en toe plaatsvinden tussen hen en haar. Ze zegt dat ze zich soms afsluit voor iedereen als ze erg onder druk komt te staan.  Ergens in haar verhaal glipt er ineens uit haar mond: en dan moet ik iets met mijn gevoel, maar mijn gevoel: daar ben ik doodsbang voor!

Ik neem de duplopoppetjes en zet ze neer op tafel. De grote Rita en het kindje Rita, haar ouders met hun kleine kinderen, haar opa en oma. Al pratend bespreken we de indruk dat vader nog iets nodig had van opa. Dat hij daardoor niet de vader voor Rita kon zijn die zij nodig had. Dat er nood was bij Rita's ouders, waardoor Rita zichzelf ging wegcijferen, onzichtbaar werd. Ik zet haar kleine kind op een blokje en ze ziet dat ze daarmee op dezelfde hoogte staat als haar ouders. Er komt nog een blokje bij, ze komt nog hoger te staan, eenzamer ook. Van grote betekenis om het gezin draaiende te houden, niemand die het zag. Zijzelf het minst.

Dan zet ik Rita's kinderen er bij en ik vraag haar wat er gebeurt in een conflict. Wie 'vecht' er met de kinderen? De grote Rita of het kind? Wie roept dat ze zich moeten gedragen, dat ze volgzaam horen te zijn?
Dit is voor Rita een bijzonder moment, zoveel herkenning. Dit geeft een hele grote klik zegt ze zelf.
Ik benoem haar eenzame positie nog een keer, haar harde werken, het verlies van haar eigenheid, het niet stil kunnen staan bij wie zij was of wilde zijn . Ze voegt er aan toe: ik heb eigenlijk geen jeugd gehad, heb nooit kind kunnen wezen. En ja, hoeveel ruimte kun je dan je eigen kinderen geven?

We besluiten het gesprek en in mijn gebed voor haar benoem ik haar kwetsbaarheid, haar eenzaamheid, onzichtbaarheid en nog meer. Dan valt de eerste traan in mijn aanwezigheid en ze snuft: begin ik nou te huilen, dat kan toch helemaal niet? Op mijn vraag waarom niet, zegt ze: ik moet de kinderen toch van school halen!
Dan recht ze haar schouders, trekt haar harnas aan en neemt afscheid, Rita de sterke!
Zichtbaar voor mij, en voor zichzelf?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten