Zoals een cliënt in een proces komt als hij bij een hulpverlener komt, zo kan de hulpverlener in een proces komen in supervisie of intervisie.
Afgelopen week was het mijn beurt om in te brengen bij supervisie. Ik was in tijden niet zo zenuwachtig geweest. Zodra ik stilstond bij dit gevoel, wist ik dat ik nu een keuze kon maken: iets inbrengen waardoor ik vooral vaktechnisch zou groeien of iets inbrengen wat mij niet alleen als hulpverlener zou laten groeien, maar wat mij ook als mens, als persoon in zijn geheel zou laten groeien.
De zenuwen wezen mij de weg, tijd voor persoonlijke groei!
Ik heb mijzelf ingebracht, als hulpverlener en als mens. Eerlijk kijken naar mezelf, waar liggen mijn valkuilen, wat zijn de kneuzingen die ik in het verleden heb opgelopen? En welke invloed hebben die op mij, als mens en als hulpverlener?
Wat ik heb ingebracht is eigenlijk heel eenvoudig: ik vind het moeilijk om me aan de afgesproken tijd met mijn cliënt te houden.
Wat zorgde dan voor mijn enorme gevoel van kwetsbaarheid?
De wetenschap wat er ten grondslag ligt aan mijn grenzeloosheid. Grenzen hebben immers alles met mijzelf te maken, met: wie ben ik, wat vind ik van mezelf, mag ik er zijn, durf ik ruimte in te nemen, op eigen grond te staan? Mijn gevoel van kwetsbaar zijn kwam niet uit het niets.
Mijn supervisor wist de pijnpunten op te sporen. Ik kreeg erkenning voor onrecht wat niet eerder als onrecht benoemd was, maar wat mij wel een stuk eigenheid gekost heeft. Ergens had ik het gevoel op de ontleedtafel te liggen, maar het was goed zo. Het was nu de tijd, het maakt mij weer completer, meer mens.
Met elkaar zijn we het proces aangegaan om te onderzoeken waar mijn kwetsingen liggen, want waar je gekwetst bent ligt je valkuil, maar vaak ook je kracht. Met elkaar hebben we gezocht naar fairness, naar de invloed van gebeurtenissen op mijn zelfbeeld, mijn eigenwaarde.
Ik heb meer oog gekregen voor mezelf, voor wie ik ben. En voor de plek die ik in mag nemen, ook in mijn positie als hulpverlener. Mijn innerlijke overtuiging dat ik er mag zijn is gegroeid. En de lat hoeft niet altijd helemaal aan de top te liggen: to be entitled to be a good enough therapist (van B. Krasner) is wat ik mee heb mogen nemen.
Ook de de vergelijking met de groenteboer, die mij als klant meer mee geeft dan waar ik om vraag heeft mij zicht gegeven op wat ik aan het doen ben als ik mijn cliëntencontact uit laat lopen.
Nu een dag later kan ik constateren: het is helend en helpend geweest.
Het is mooi om te ontdekken dat je een bekwaam hulpverlener kunt zijn en tegelijk een kwetsbaar zoekend mens. Dat grenzen aangeven noodzakelijk is.
En dan de cliënt: hoe kwetsbaar, hoe naakt voelt hij zich als hij zijn ziel en zaligheid bij mij bespreekbaar maakt. Wat krijg ik veel toevertrouwd, wat legt hij veel in mijn handen. Ook hij ligt op de ontleedtafel, wetend dat het nodig is, maar gespannen voor wat komen gaat: kan ik de pijn verdragen? Wie heeft oog voor wat ik dragen moet? Wie is er betrouwbaar?
Opnieuw ben ik doordrongen van het unieke van mijn werk: dat mensen hun diepste worstelingen en levensvragen met mij willen delen. Dan word ik stil en denk aan de universele vraag van ieder mens: mag ik er zijn, wie ziet mij en ben ik goed genoeg?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten